Sem­mel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsɛ·məl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sem·mel
Plural: Sem­meln f de Sem­mel
Plural: Sem­mels f de Sem­mel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits: