suur­sööt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzuː͡ɐˌzøˑy̯t/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: suur·sööt
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
mit vermischt Geföhlen

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: suur + sööt