Üm­sin­gen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʏm·zɪŋn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Üm·sin·gen
Niet gebruikt het pluralis n dat Üm­sin­gen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: üm + singen