Uitspraak in het Plat: /ˈhaʊ̯ˌfɔ͡ɐk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hau·fork
Pluralis: Hauforken f de Hau­fork
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hau + Fork