Warm­steen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈva͡ɐmˌstɛːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Warm·steen
Plural: Warm­steen m de Warm­steen
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: warmen + Steen