hu­pen­wies in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhuːpm̩ˌviːˑz/
bijwoord
Afbreking: hu·pen·wies
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hupen + -wies