Hu­pen in het Nedersaksisch

Plural: Hu­pens m de Hu­pen
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
=
heap
Duits:
=
Haufen
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
grote Meng
Examples:
[1] Wi hebbt dor en Hupen Arbeit mit.