Solt­kar­tuf­fel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɔlt·kaɾˌtʊ·fəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Solt·kar·tuf·fel
Plural: Solt­kar­tuf­feln f de Solt­kar­tuf­fel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Solt + Kartuffel