Best­mann in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbɛstˌman/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Best·mann
Plural: Best­lüüd m de Best­mann
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: goot + Mann