Stand­bild in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈstantˌbɪlt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Stand·bild
Plural: Stand­bil­ler n dat Stand­bild
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Skulptur
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Stand + Bild