plad­de­rig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpla·də·ɾɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: plad·de·rig
pladderiger pladderigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:
De Supp is mi to pladderig.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: pladdern + -ig