Root­steen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾɔu̯tˌstɛːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Root·steen
Niet gebruikt het pluralis m de Root­steen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Soort root Farvstoff in de Maleree
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: root + Steen