root in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾɔu̯t/ 🔊︎
bijvoegelijk naamwoord
roder roodst
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Klöör von Licht mit en Wellenlängd von 625–740 nm
Nederlands:
Engels:
red
Duits:
rot
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
red
Duits:
rot
Examples: