Slid­der­bahn in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈslɪ·dɐˌbɔːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Slid·der·bahn
Plural: Slid­der­bah­nen f de Slid­der­bahn
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: sliddern + Bahn