Schurr­bahn in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃʊ͡ɐˌbɔːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schurr·bahn
Plural: Schurr­bah­nen f de Schurr­bahn
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: schurrn + Bahn