jüm­mer­weg in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈjʏ·mɐˌvɛç/
bijwoord
Afbreking: jüm·mer·weg
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: jümmer + weg