[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
weg
Engels:
Duits:
weg
Voorbeelden:
Antoniemen:
dor
[2]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
weg
Engels:
Duits:
weg
Voorbeelden:
Gah weg!
Antoniemen:
her

Zegswijzen en vaste verbindingen:

wiet weg
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Identieke woorden ››› Weg ❔︎