joh­ren­lan­g in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈjɔː·ɾənˌlaŋ/
bijwoord
Afbreking: joh·ren·lang
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Ik heff dor johrenlang op spoort.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Johr + lang