Wa­ter­tap­pen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɔː·tɐˌtapm̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wa·ter·tap·pen
Plural: Wa­ter­tap­pens m de Wa­ter­tap­pen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Water + Tappen