zelfstandig naamwoord
Afbreking: Tap·pen
Pluralis: Tappens m de Tap­pen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
tap
Engels:
tap
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Tapp
Identieke woorden ››› tappen ❔︎ tappen ❔︎ Tappen ❔︎