Pom­mes in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpɔ·məs/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pom·mes
Plural: Pom­mes m de Pom­mes
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
fritteert Sticken ut Kartuffeln
Nederlands:
Engels:
Duits: