minn in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɪn/
frase
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
kenntekent en Operatschoon in de Mathematik
4 - 2: veer minn twee
Nederlands:
min
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: minn