O­pe­ra­tschoon in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /oː·pə·ɾaˈtʃoːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: O·pe·ra·tschoon
Pluralis: Operatschonen f de O­pe­ra­tschoon
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Operatschoon is goot lopen.

Etymologie:

Woord afleidt van: -choon