Kin­ner­film in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɪ·nɐˌfɪlm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kin·ner·film
Plural: Kin­ner­fil­men m de Kin­ner­film
[1]
geavanceerde woordenschat
TV
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
In’t Feernsehn lööp en Kinnerfilm.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kind + Film