Noord­ko­re­a in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈnɔu̯ɾt·kɔˌɾɛ·a/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Noord·ko·re·a
Niet gebruikt het pluralis n gebruikt zonder lidwoord
[1]
geavanceerde woordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Korea is siet 1948 deelt in Noordkorea un Süüdkorea.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Noord + Korea