Kai­ser­riek in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkaɪ̯·zɐˌɾiːk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kai·ser·riek
Pluralis: Kaiserrieken n dat Kai­ser­riek
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Mexiko weer von 1821 bet 1823 un von 1864 bet 1867 en Kaiserriek.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kaiser + Riek