Bu­ten­oost­frees in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbuːtn̩·ɔu̯stˌfɾɛːˑz/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bu·ten·oost·frees
Plural: Bu­ten­oost­fre­sen m de Bu­ten­oost­frees
[1]
perifere woordenschat
is een eigennaam

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: buten + Oostfrees