bu­ten in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› büten ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈbuːtn̩/
bijwoord
Afbreking: bu·ten
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Antoniemen:
binnen
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
ahn
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: but-