Schriev­wett­striet in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɾiːfˌvɛt·stɾiːt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schriev·wett·striet
Plural: Schriev­wett­strie­den m de Schriev­wett­striet
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: schrieven + Wettstriet