Fran­zo­sentiet in het Nedersaksisch

Uitspraak: /fɾanˈt͡sɔu̯zn̩ˌtiːt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fran·zo·sen·tiet
Plural: Fran­zo­sentie­den f de Fran­zo­sentiet
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Tiet as de Franzosen grote Delen von Europa innahmen harrn
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Franzoos + Tiet