To­huus­siet in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtɔu̯ˌhuːz·ziːˑt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: To·huus·siet
Plural: To­huus­sie­den f de To­huus­siet
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: tohuus + Siet