e­gen in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɛːɡn̩/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: e·gen
geen trappen van vergelijking
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
own
Duits:
Examples:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
He is en beten egen.