bud­del­wies in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbʊ·dəlˌviːˑz/
bijwoord
Afbreking: bud·del·wies
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
Wi hebbt den Wien buddelwies drunken.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Buddel + -wies