Sekt­bud­del in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsɛktˌbʊ·dəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sekt·bud·del
Plural: Sekt­bud­deln f de Sekt­bud­del
Plural: Sekt­bud­dels m de Sekt­bud­del
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Maak en Sektbuddel apen, wi hebbt wat to fiern!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Sekt + Buddel