Lin­ker­poot in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlɪn·kɐˌpɔˑu̯t/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lin·ker·poot
Plural: Lin­ker­po­ten m de Lin­ker­poot
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: link + Poot