Groot­öl­lern in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɾɔu̯tˌœ·lɐn/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Groot·öl·lern
exclusief gebruikt in het pluralis m de Groot­öl­lern
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: groot + Öllern