Kin­ner­goor­nersch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɪ·nəɾˌɡɔː͡ɐ·nɐʃ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kin·ner·goor·nersch
Plural: Kin­ner­goor­ner­schen f de Kin­ner­goor­nersch

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kinnergoorner + -sch