See­op­lüch­ten in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɛː·ɔpˌlʏçtn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: See·op·lüch·ten
Niet gebruikt het pluralis n dat See­op­lüch­ten
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: See + op + lüchten