buch­tig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbʊx·tɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: buch·tig
buchtiger buchtigst
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Bucht + -ig