Uitspraak in het Plat: /kiːpm̩mɔːkɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kie·pen·ma·ker
Pluralis: Kie­pen­ma­kers m de Kie­pen­ma­ker
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Kiep + Maker