fin­nig in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› finnig ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈfɪ·nɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: fin·nig
finniger finnigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
Du hest doch en finnigen Kopp, överlegg di wat!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: finnen + -ig