doch in het Nedersaksisch

[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
kenntekent en Gegensatz
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Dat weetst du doch al!
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
kenntekent en Bestärken
Duits:
Voorbeelden: