Uitspraak in het Plat: /fəɾslɔːpm̩/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ver·sla·pen
verslapener verslapenst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
overslept Meer tonen
Duits:
verschlafen Meer tonen
Voorbeelden:
Wat sühst du denn so verslapen ut?

Etymologie:

Woord afgeleid van: verslapen
Identieke woorden ››› verslapen ❔︎