Kat­ten­steen in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkatn̩ˌstɛːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kat·ten·steen
Pluralis: Kattensteen m de Kat­ten­steen

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Katt + Steen