stah­lern in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈstɔː·lɐn/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: stah·lern
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Lang mi maal dat stahlern Mest.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Stahl + -rn