Speel­film in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈspɛːlˌfɪlm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Speel·film
Pluralis: Speelfilmen m de Speel­film
[1]
geavanceerde woordenschat
TV
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Speel + Film