Speel in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› Speel ❔︎
Pluralis: Spelen n dat Speel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Kinner speelt en Speel.
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: spelen