Fi­gur in het Nedersaksisch

Uitspraak: /fɪˈɡuː͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fi·gur
Plural: Fi­gu­ren f de Fi­gur
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
[3]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
lütte Statue
Engels:
Duits: