Tau­sprin­gen in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈtaʊ̯ˌspɾɪŋn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Tau·sprin·gen
Niet gebruikt het pluralis n dat Tau­sprin­gen
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Tau + springen