Swiens­kü­ken in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsviːnsˌkyːkn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Swiens·kü·ken
Plural: Swiens­kü­kens n dat Swiens­kü­ken
[1]
perifere woordenschat
joking Waarschuwing: deze onderbeduiding is geen ernstige uitdrukking en zal in een eernstige context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Nederlands:
big
Engels:
Duits:
Examples:
De Söög hett en Swiensküken utbröödt!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Swien + Küken